Mondiale eiwitstromen versus alternatieven: de transitie begint bij wie de stromen beheerst
Als je wilt begrijpen waar de eiwittransitie écht over gaat, moet je niet beginnen bij de plantburger. Je moet beginnen bij de bulkstromen: de honderden miljoenen tonnen eiwit die jaarlijks door een handvol multinationals de wereld in worden gestuurd. De wereld produceert ruwweg 370 tot 400 miljoen ton eiwit per jaar uit voedsel- en voederketens. Minder dan 40% daarvan is dierlijk; de rest is plantaardig. En het aandeel van alternatieve eiwitten — plant-based merken, fermentatie, gekweekt vlees — in dat totaal? Minder dan 1%.
Dat is de nuchtere baseline waartegen elke transitiestrategie zich moet bewijzen. Niet de hype, maar de stromen.
Mondiale eiwitstromen
Geschatte productie per categorie · volumes in miljoen ton eiwit-equivalent
De bulkstromen: groot — en in opvallend weinig handen
De graan- en oliezadenhandel is de grootste enkelvoudige eiwitbron ter wereld. Vijf bedrijven — de zogeheten ABCD-groep (ADM, Bunge, Cargill, Louis Dreyfus) plus het Chinese COFCO — controleren samen 70 tot 90% van de mondiale commerciële graanhandel. In vlees ($395 miljard markt) verwerken de top vier spelers ruim 35% van alle productie, met JBS als onbetwiste leider (recordomzet $77 miljard in 2024). In zuivel ($551 miljard) voert Lactalis de lijst aan, met FrieslandCampina als grote Nederlandse speler.
Nog veelzeggender is de genetica. De wereldwijde legkippenstapel draait grotendeels op materiaal van slechts twee bedrijven: Hy-Line (EW Group, Duitsland) levert de genetica voor circa de helft van alle leghennen, met het Nederlandse Hendrix Genetics als voornaamste concurrent. En in aquacultuurvoeders is het Nederlandse Nutreco, via dochter Skretting, de grootste ter wereld — en daarmee een bepalende factor in de mondiale vraag naar vismeel en soja-eiwit.
Wie controleert het mondiale eiwit?
Marktaandeel dominante spelers per sector · omzetbasis 2024
Regulier versus alternatief: minder dan 1% van het volume, maar twee snelheden
Tegen die achtergrond is het alternatieve-eiwitsegment klein — maar binnen dat segment lopen twee bewegingen tegelijk, in tegengestelde richting. De consumentenmarkt voor plant-based vlees krïmpt: Beyond Meat verloor in recente kwartalen 18 tot 30% omzet per jaar, en Nestlé en Unilever trekken zich terug uit consument-gerichte vleesvervangers. Tegelijk groéit de B2B-markt voor functionele eiwit-ingrediënten stevig door (rond 6 tot 10% per jaar).
Dat verklaart waarom de echte zwaargewichten — Cargill, ADM, Bunge — hun inzet juist verschuiven: niet naar het plantburger-verhaal, maar naar soja- en erwten-eiwit als ingrediënt. Ze willen niet het merk zijn; ze willen de laag eronder leveren.
Regulier vs alternatief eiwit per bedrijf
Geschat omzetaandeel alternatief eiwit (plant-based, fermentatie, gekweekt)
De transitiescore: wie loopt echt voorop?
Als je de vijftien grootste eiwit-multinationals scoort op omzetaandeel alternatief eiwit, investeringen en strategie (op basis van onder meer de FAIRR Protein Producer Index), valt één ding meteen op: er is precies één koploper. Danone is de enige grote speler waar alternatief eiwit een substantieel deel van de omzet vormt (circa 16%), via Alpro, Silk en de overname van Huel. De rest volgt op afstand.
Cargill, ADM en Bunge scoren goed, maar op een fundamenteel andere manier: niet als merkeigenaar, maar als B2B-infrastructuurbedrijf dat de ingrediënten levert voor andermans plantaardige producten. Samen zijn zij misschien wel de meest invloedrijke schakel in de hele transitie. Daaronder zit een lange staart van vlees- en zuivelbedrijven die alt-eiwit hooguit als ‘activiteit’ rapporteren, niet als strategische KPI — van Tyson en WH Group tot Fonterra en Lactalis.
Wie loopt voor in de eiwittransitie?
Score 1–5 · op basis van alt-eiwit omzetaandeel, investeringen en strategie · 15 grootste eiwit multinationals
Wat dit betekent voor de transitie
De conclusie is ongemakkelijk maar helder: de eiwittransitie wordt niet gewonnen of verloren bij de start-ups, maar bij de spelers die de bestaande stromen beheersen. Echte verschuiving vereist óf een strategische ommezwaai bij deze multinationals, óf de opbouw van concurrerende ketens met genoeg kapitaal en infrastructuur om ertegenop te kunnen. De meeste grote bedrijven hebben bovendien geen concrete, meetbare doelstelling voor hun aandeel alternatief eiwit — Danone is de uitzondering. Zolang het een ‘activiteit’ blijft en geen kerncijfer, blijft de transitie aan de rand hangen.
Voor Nederland is dat geen abstract verhaal. FrieslandCampina, Hendrix Genetics en Nutreco/Skretting nemen sleutelposities in de bestaande dierlijke eiwitketen in. Juist daar — waar volume, kapitaal en strategische macht samenkomen — zit de grootste hefboom voor verandering.
Dit is precies het snijvlak waarop mijn werk met investeerders en oprichters zich afspeelt: niet de vraag welke proteïne de consument straks eet, maar wie de stromen, de ingrediënten en de infrastructuur beheert waarop alles draait — en waar het kapitaal naartoe verschuift.
Bronnen
- FAIRR Protein Producer Index 2024 — transitiescores en bedrijfsstrategieën
- FAO 2024 & USDA FAS — mondiale productievolumes (granen, vlees, zuivel, eieren, vis)
- Bedrijfsrapportages 2024 (JBS, Cargill, ADM, Bunge, Danone, Nestlé, Unilever, FrieslandCampina e.a.)
- Marktdata alternatieve eiwitten 2024–2025 (soja-/erwten-eiwit ingrediënten, plant-based segment)